Vrijeschoolonderwijs


De Vrije Schoolpedagogiek kan kort worden samengevat: aandacht voor de leerling. Het begrip omvat twee aspecten: aandacht voor de uiterlijke en voor de innerlijke biografie.
Met betrekking tot de uiterlijke biografie wordt de leerling uitgedaagd zijn leervermogens optimaal te gebruiken, van brugklas tot eindexamen, van vmbo-t niveau tot vwo. De aandacht is gericht op de individuele leerling wiens sterke en zwakke kanten bekend zijn, op schrift worden gesteld, en met regelmaat worden besproken. Individuele spiegeling in woord en daad.

Ontwikkelingspsychologisch perspectief

Het leerplan van de Vrije School kent een ontwikkelingspsychologisch perspectief. In het kort betekent dat dat de inhoud van elk vak per leerjaar gekozen is met het oog op de leeftijd van de leerling. In plaats van de versnipperde vaklessen maakt het intensieve periodeonderwijs een herkenning mogelijk tussen de leerling en de leerstof. Die herkenning zorgt ervoor dat de leerstof niet alleen cijfers oplevert - uiterlijke biografie - maar ook een voertuig kan worden voor de innerlijke ontwikkeling. De motivatie om te leren wordt door de herkenning krachtig gestimuleerd.

Een vuur ontstoken

Het Vrije Schoolonderwijs valt dan ook als volgt te karakteriseren: er wordt geen vat gevuld, maar een vuur ontstoken. Omdat de Vrije School niet alleen wil opleiden voor een diploma, maar ook belangstelling schenkt aan de mens achter de leerling, is er ook veel aandacht voor de klas als gemeenschap. Opgroeien doe je niet alleen. Hoewel het individuele leertraject in de jaren naar het examen toe steeds duidelijker vormen aanneemt, wil de school ook een werkplaats zijn voor sociale vorming: hoe leer ik met de ander omgaan? Aan het einde van de Vrije School culmineert de uiterlijke biografie in een regulier landelijk examen en de innerlijke biografie in een eindwerkstuk, kunstreis, biografieweek en eindgesprek.