Hoe het begon


Het perceel Gerrit van der Veenstraat 177 verraadt op geen enkele wijze dat hier, in 1933, de kiem voor het Geert Groote College werd gelegd. Het is een anoniem onderdeel van een blok etagewoningen, opgetrokken in de stijl van de latere Amsterdamse School. Bruine baksteen domineert, het geheel oogt solide en lijkt bestemd voor een tamelijk welvarend publiek. Een enkel ornament legt een bescheiden, ingetogen echo van de wulpsheid uit de gay twenties in de gevel. Een grillig uitgebouwde torenetage op de hoek heeft zelfs iets dorpsachtigs. Zware houten deuren zijn in dikke kozijnen gevat. Voor de oorlog heette deze nog steeds tamelijk stille verkeersader, de Euterpestraat.
De school begon met zeven leerlingen, die voor het merendeel uit twee kleine vrije peuterklasjes kwamen, die eerder uit particulier initiatief waren ontstaan en die ook aan huis resideerden. Eén op de Parnassusweg vlakbij de Stadionkade waar de stad abrupt ophield en het weiland begon, en één in de Deltastraat onder de wolkenkrabber die, amper voltooid, met liefst twaalf verdiepingen Nieuw-Zuid domineerde. Deze kleuterklasjes waren de oogst van een aantal lezingen. Een zekere Max Stibbe, leraar aan de Vrije School te Den Haag, had in 1929 voor geïnteresseerde ouders te Amsterdam voordrachten gehouden over het vrijeschoolonderwijs.
 

Lees verder:

Opbouw

Oorlog 

Een eigen huis

Renovatie

Back to Business

Lees ook:

Joodse Leerlingen WOII